Eenvoudiger leven begint bij zien wat er al is.

Dat we veel en veel eenvoudiger willen gaan leven, zeiden mijn man Arno en ik deze zomervakantie bijna dagelijks tegen elkaar. Dat we meer ruimte willen maken in ons leven om de schoonheid ervan te zien. Dan we onze verbondenheid met elkaar, met anderen en met de wereld willen verdiepen. Dat we tijd willen vinden om niet na te denken, om daardoor precies weer op ideeën te komen.

Thuisgekomen van de Wereldconferentie Appreciative Inquiry in Zuid-Afrika kwam ik haast meteen voor een concrete toepassing te staan. Test 1: je wil eenvoudiger leven, maar wat wil je er nu concreet voor doen?

Toen ik in de serre in onze tuin enkele tomaten wilde oogsten voor de maaltijd, kwam het groen me al bij de ingang tegemoet. Twee meter hoog kruid had de tomatenplanten ijverig overwoekerd. Komt er natuurlijk van, als je twee weken niet in je tuin maar aan het andere eind van de wereld rondhangt.

Ik had kunnen kiezen voor een snelle oplossing. Schouders ophalen, zuchten dat we volgend jaar wel weer opnieuw zouden proberen tomaten te planten en naar de winkel rijden. Maar gingen wij niet eenvoudiger leven? En wat vroeg dat hier en nu dan van mij?

Samuel Alexander, de oprichter van het Australische ‘Voluntary Simplicity Institute’ omschrijft de essentie van een eenvoudiger leven zo: ‘Het betekent je richten op wat ‘genoeg’ is om goed te leven. Het betekent weggaan van overconsumptie en bewegen in de richting van een materieel eenvoudigere en minder energie-intensieve manier van leven. Het betekent onze basisbehoeften op grotendeels lokale schaal vervullen, met lage impact op te omgeving, terwijl we toch een hoge kwaliteit van leven behouden.’

Dat stond ik te overwegen, in onze serre, overweldigd door overwoekering (en werk). Wetende dat er tientallen tomaatjes schuilden onder al die weelde. Eigen kweek. Bio. Lokaal? Check! Low impact: Check! Onverwacht en extra werk? Tja…

Ik besliste mee te bewegen met wat zich aandiende. Veel kruid? Veel werk dan maar.

Vier uur later stonden ik in het zweet en de plantjes weer allemaal vrij. De stengels rechtop gebonden, klaar voor het afrijpen van de vruchten. Ik verwerkte nog diezelfde dag een volle emmer bevrijde tomaten tot basis voor saus en soep. Zomerse uitbundige energie opgevangen, verzorgd, diepgevroren en opgeslagen voor de winter.

Of het me gelukkig maakte? Reken maar. Lyrisch werd ik ervan!

Ook nu denk ik nog vaak terug aan het tomatenverhaal. Ik had gezien wat er wél was. En mogelijk gemaakt dat het vrucht kon dragen. Het is de basis van een vrijwillig eenvoudiger leven: zien wat er wél is, kijken wat het nodig heeft, zorg bieden en kwaliteit toevoegen. Ik heb sindsdien geen onnodige aankopen meer gedaan. Geen voedsel meer weggegooid. Voluit benut wat er wél is, en daar waarde aan toegevoegd.

Misschien, zo denk ik nu, heeft mijn jarenlange Appreciative Inquiry praktijk me precies naar dit punt in mijn leven geleid. Naar het beheersen van de basishouding die me vanaf hier kan helpen in de richting van een eenvoudig, ecologisch leven waarin ‘genoeg’ primeert.

Het begint bij waardering voor wat er is en er de mogelijkheden in zien voor wat het kan worden. Zelfs als dat gewoon tomaten zijn.

Deze column verscheen in

AIMagzine 5 – editie na de AI-Wereldconferentie 2015, Johannesburg

Auteur

Griet Bouwen

Lees het volledige magazine online:

              Klik op het magazine om te openen